maandag 6 maart 2017

Er zijn zoveel verhalen als er mensen zijn - Jeroen Vermeiren

Ik zal u iets verklappen.

Als kind wilde ik heel graag balletles gaan volgen. Een verlangen dat ik welgeteld twee keer heb uitgesproken, ergens aan het begin van de jaren 80. Eén keer thuis en één keer op school.
‘Dat het voor meisjes was,’ kreeg ik te horen. Dat jongens andere dingen doen, zoals atletiek bijvoorbeeld. En dus zat ik plots in de atletiekclub. Om er weinig tot niks aan te vinden.
‘Dat het voor janetten was’, lachten de vrienden in de klas. Ik deed mijn lagere school in Brussel en een term als ‘janet’ was zelfs in de vroege tachtiger jaren van de vorige eeuw al goed ingeburgerd daar.

Ik zeg niet dat ik een prima ballerina zou geworden zijn. Misschien had ik binnen de kortste keren zelfs een bloedhekel gekregen aan ballet. U weet hoe dat gaat met kinderen. Maar dat stiekeme verlangen is toch altijd door mijn hoofd blijven spoken. En meer nog dan dat stiekeme verlangen die paar labels die meteen op ballet werden gekleefd. Het was niks voor een (echte?) jongen. Ballet was een meisjeszaak. Op de valreep nog een zaak voor verwijfde jongens. En dát wilde je toch niet zijn?

Ik weet niet hoe dat vandaag gaat. Trekken jongens tegenwoordig wél zorgeloos en vooral onbeschaamd naar de balletles? Gemakkelijker dan vroeger, vermoed ik. Hóóp ik. Toch leren we uit mediaberichten allerhande dat onze ruimdenkendheid nog steeds veel te wensen overlaat. Wij leven in een samenleving van vakjes. Alles moet in een schuifje passen. Dat schijnt ons gerust te stellen, op een of andere manier. Soms heb ik de indruk dat we zelfs meer dan ooit nood hebben aan labels. Komt het door de globalisering? Door de vele prikkels van het internet en de sociale media? Door ons druk-druk-druk bestaan? Proberen we in al die chaos en alles wat voortdurend op ons afkomt de grip op de dingen te bewaren door ze duidelijk af te bakenen of te definiëren? Ik heb in ieder geval het gevoel van wel. We creëren een stukje veiligheid in ons hoofd door alles in categorieën op te delen. Terwijl je zou denken dat heel wat vooroordelen wegslijten onder impuls van het internet, omdat je er gigantisch veel informatie vindt. En weten is begrijpen, denk ik dan.

Recent is er veel te doen rond genderneutraliteit. Naast de M/V zie je steeds vaker ook de X opduiken, in vacatures bijvoorbeeld. Dat is erg belangrijk: organisaties die actief het signaal geven dat ze op zoek zijn naar een mens, ongeacht of dat nu een man is, een vrouw, allebei of geen van beiden helemaal. De focus ligt op de meerwaarde die iemand te bieden heeft. Op talent. Op capaciteiten. Ook in kranten- en televisiereportages worden steeds meer mensen van vlees en bloed getoond, wars van labels. Zij die anders zijn, worden niet langer opgevoerd als excentriekelingen. De lezer en kijker thuis fronst ongetwijfeld nog wel eens de wenkbrauwen, maar ondertussen kan er toch een rijping van de geesten plaatsvinden. En dat is nodig. Want al die geesten geven gestalte aan andere geesten. Ikzelf bijvoorbeeld als vader en dus opvoeder van mijn zevenjarige zoon. Een zoon die niks van roze wil weten en de brandweer iets voor mannen vindt. Een zoon die meisjes als slap beschouwt en jongens als sterk. Wat hij alvast niet van mij heeft meegekregen en waarmee bewezen is dat die hardnekkige clichés in de samenleving ingebakken zitten: ze worden sowieso opgeraapt, op de speelplaats, in de sportclub, op de werkvloer, noem maar op. Ik ga steevast tegen die archetypische beelden van mijn nageslacht in. Leg hem uit dat maar heel weinig dingen zwart-wit zijn. Dat er veel grijs is. En roze. En dat dat maar goed is ook.

Diezelfde zoon en ik waren onlangs op bezoek bij vrienden. Hij en de dochter des huizes gingen spelen in haar kamer. Plots kwam hij parmantig de woonkamer ingestapt, in een kleurig flamencojurkje, rushes inbegrepen. Aan zijn voeten prijkten hakjes. Om de paar elegante stappen sloeg hij zijn enkel om. De zoon ging er in op en ik vond het geweldig. Het is goed om ‘het andere’ te verkennen. Letterlijk eens in andermans schoenen te stappen. In dit geval vrouwenschoenen. Om vervolgens aan den lijve te ondervinden dat het verdorie nog niet makkelijk is, dat op hakken lopen. Maar ook te ervaren: hé, dit is leuk, deze andere rol brengt mij ook andere perspectieven.

Ik heb geapplaudisseerd. Jazeker. En nee, ik heb geen flauwe grapjes gemaakt, of cliché-versterkende uitspraken gedaan. Misschien moeten we dáár met z’n allen beginnen: bij onszelf. Attitudes en denkwijzen veranderen, begint op microniveau.

Laten we elk op onze eigen manier geesten helpen rijpen. Er zijn zoveel verhalen als er mensen zijn.
Laten we vooral voorbij gaan aan de etiketten en veel meer kijken naar het verhaal zelf. Want daar lees je de mooiste dingen, ín en tússen de regels.


Jeroen Vermeiren is creatief schrijver bij Studio 100. Hij heeft zijn eigen schrijfbedrijfje, De Zinnenspinnerij, een vehikel dat hem toelaat zowel zijn passie voor copywriting als zijn oude maar nimmer tanende liefde voor de journalistiek te belijden. Jeroen publiceert op regelmatige basis goed gesmaakte columns en opiniestukken bij Charlie Magazine én Het Nieuwsblad Magazine. Voorts is hij ook stadsdichter van Bornem. In september 2016 verscheen zijn meest recente dichtbundel 'Alles, behalve nooit' (Uitgeverij P). © Jeroen Vermeiren

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen